Belangenbehartiging Onderzoek en advies Advies – De procedure voor de invordering van onbetwiste schuldvorderingen (“IOS”): pleidooi tegen de uitbreiding ervan naar consumenten

Advies – De procedure voor de invordering van onbetwiste schuldvorderingen (“IOS”): pleidooi tegen de uitbreiding ervan naar consumenten

Bijgewerkt op20260817 — Publicatiedatum : 23/09/2026

Ondertekende organisaties : FdSS (Federatie van maatschappelijke diensten)

Een procedure die sinds 2015 van toepassing is tussen ondernemingen

De procedure voor de invordering van onbetwiste schuldvorderingen (hierna “IOS”) werd in 2015 ingevoerd in het Gerechtelijk Wetboek[1] en wordt geregeld door de artikelen 1394/20 tot en met 1394/27 van dat Wetboek.

De procedure is uitsluitend van toepassing op betrekkingen tussen ondernemingen (“Business to Business” of “B2B”) en kan dus niet worden ingeroepen om schulden van een consument aan een onderneming in te vorderen. Ook schuldvorderingen van overheidsinstanties vallen buiten het toepassingsgebied ervan.

Met deze procedure kan een schuldeiser snel en met weinig formaliteiten een uitvoerbare titel verkrijgen voor de invordering van een onbetwiste schuldvordering[2]. Ze impliceert geen enkel debat op tegenspraak over de grond van de zaak, behalve wanneer de schuldenaar dit zelf in gang zet door verzet aan te tekenen.

Deze overdracht van het procedurele initiatief naar de verweerder – ook wel de omkering van het geschil genoemd – betekent dat het aan de schuldenaar toevalt om tijdig en op passende wijze te reageren om te voorkomen dat tegen hem een uitvoerbare titel wordt afgegeven. In een “klassieke” gerechtelijke procedure is het de schuldeiser die eerst de gegrondheid van zijn schuldvordering in al haar onderdelen (hoofdsom, kosten en interesten) moet bewijzen vooraleer een rechter hem een uitvoerbare titel (in de vorm van een vonnis) kan uitreiken.

De huidige procedure verloopt in 6 stappen. Voor de duidelijkheid van de uiteenzetting is een schema opgenomen in de bijlage bij dit document.


[1] Zogenaamde Potpourri I-wet van 19 oktober 2015 tot wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie, B.S., 22 oktober 2015, p. 65084.

[2] De in te vorderen schuldvordering moet betrekking hebben op een geldsom en vaststaand, liquide en opeisbaar zijn.

Een voorgenomen uitbreiding naar consumenten staat op de agenda van de Arizona-regering

De uitbreiding van deze procedure naar particulieren behoort tot de voornemens van de Arizona-regering[1].

De IOS-procedure wordt met name verdedigd door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders[2], die de doeltreffendheid ervan in het bedrijfsleven aanprijst en die al meerdere jaren voorstelt om de procedure uit te breiden naar particulieren. Ondertussen pleiten ook bepaalde ondernemingen voor deze uitbreiding[3].

Dit voorstel stond al op de agenda van de vorige legislatuur en werd gelukkig ingetrokken na unanieme kritiek van talrijke actoren uit de praktijk (advocaten, magistraten, consumentenverenigingen, schuldbemiddelaars enz.).

Dit voorstel lijkt niettemin opnieuw sommige van onze beleidsmakers te hebben overtuigd, zodat het ons essentieel lijkt om onze bezorgdheid over de uitbreiding van dit model tot betrekkingen met consumenten opnieuw uiteen te zetten.


[1] Zie het federaal regeerakkoord, p. 81: “We beschermen de consument tegen wanpraktijken van invorderaars. In overleg met alle actoren op het terrein nemen we de nodige maatregelen. Zo buigt de regering zich over het aantal verstekvonnissen van de vrederechters. De IOS-procedure, zoals die bestaat op B2B-niveau, wordt uitgebreid naar particulieren, met specifieke waarborgen (zoals een onafhankelijke toetsing van de schuldvordering die het voorwerp uitmaakt van de vordering), gelet op het profiel van de schuldenaar.”

[2] Zie de samenvatting van het artikel dat verscheen in het juridisch tijdschrift Jus & Actores, 2020/2-2, pp. 491-534, “De buitengerechtelijke procedure voor de invordering van onbetwiste schuldvorderingen (IOS): balans en perspectieven”, gepubliceerd op de website van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

[3] Dit is met name het standpunt van de Union des Classes Moyennes (UCM, Franstalige Unie van zelfstandige ondernemers), gepubliceerd op haar website.