We schrijven er al vele maanden over, met name in onze nieuwsberichten en onze nuttige documentatie: de afstemmingskwestie tussen de bepalingen van Boek XIX van het Wetboek van economisch recht en de sectorale energiewetgeving, in het bijzonder die inzake gas en elektriciteit, speelt een centrale rol in het beheer van schuldbemiddelingsdossiers.
Hoewel de Brusselse regulator BRUGEL al een standpunt had ingenomen dat onze argumentatie ondersteunde, zowel in zijn initiatiefadvies nr. 415 als in zijn beslissing R2025-231 (enkel beschikbaar in het Frans), worden enkele essentiële principes nogmaals bevestigd in een beslissing in het kader van een individuele klacht die het Steunpunt tegen een energieleverancier indiende:
- Artikel 25 sexiesvan de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en artikel 20 quatervan de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest blijven van toepassing, ondanks de inwerkingtreding van Boek XIX van het Wetboek van economisch recht;
- Het plafond van 55 euro dat in deze bepalingen wordt opgelegd, is van toepassing op alle invorderings- en administratiekosten die in het kader van een minnelijke invordering per leveringsovereenkomst worden gevorderd;
- Dit plafond omvat meer bepaald de contractuele nalatigheidsinteresten, de strafbedingen en de kosten verbonden aan het optreden van een derde die een activiteit van minnelijke schuldinvordering uitoefent;
- Het optreden van een gerechtsdeurwaarder of een andere mandataris belast met de invordering vormt geen beletsel voor de toepassing van dat plafond.
Deze beslissing versterkt de principes die we al in detail beschreven in ons artikel over deze kwestie:
- De bedragen toegepast in het kader van de minnelijke invordering van een energieschuld moeten aan Boek XIX voldoen (met name de artikelen XIX.2 en XIX.4);
- De totale invorderings- en administratiekosten mogen het plafond van € 55 per leveringsovereenkomst niet overschrijden;
- De nalatigheidsinteresten zijn eveneens invorderingskosten die aan dit plafond onderworpen zijn.
We zijn erg opgetogen over deze beslissing. Wel willen we hierbij opmerken dat ze nog niet officieel is gepubliceerd en dat de leverancier nog beroep kan aantekenen.