Documenten Nuttige documentatie Wat is het Solidariteitsfonds van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders (SOFO)?

Wat is het Solidariteitsfonds van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders (SOFO)?

Bijgewerkt op — Inhoudsjaar : 2026

Delen

Het Solidariteitsfonds van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders, ook SOFO genoemd, werd opgericht op grond van artikel 60 van de wet van 15 mei 2024 houdende bepalingen inzake digitalisering van justitie en diverse bepalingen II.

Het gaat om een solidariteitsfonds dat wordt georganiseerd door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders, maar onder de vorm van een afzonderlijke rechtspersoon.

Het SOFO wordt gefinancierd door een bijdrage van de gerechtsdeurwaarders voor elke betekende akte. Dit mechanisme creëert dus een vorm van interne solidariteit binnen de beroepsgroep: kantoren die meer akten betekenen, dragen in grotere mate bij tot de financiering van het Fonds.

Het SOFO heeft twee opdrachten:

  • Anderzijds komt het SOFO in bepaalde gevallen financieel tussen, door de volledige of gedeeltelijke kost van sommige akten ten laste te nemen. Concreet komt het SOFO financieel tussen in twee gevallen:
    • Voor de neerlegging van een bericht van minnelijke schuldbemiddeling in het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest, hierna het CBB;
    • Voor bepaalde akten die door gerechtsdeurwaarders worden verricht wanneer zij betrekking hebben op zogenaamde “essentiële schulden”.

Aan het einde van dit artikel vindt u een samenvattend schema over de financiële tussenkomsten van het SOFO.

1. Tussenkomst voor de neerlegging van een bericht van minnelijke schuldbemiddeling

Het SOFO komt eerst tussen voor de neerlegging van een bericht van minnelijke schuldbemiddeling in het centraal bestand van berichten van beslag (CBB)[1].

Deze tussenkomst is momenteel vastgesteld op 15 €[2] en dekt de kost van de neerlegging, zodat niets ten laste moet worden gelegd van de minnelijke schuldbemiddelaar of van de schuldenaar.

Voor meer informatie over het bericht van minnelijke schuldbemiddeling kunt u ons artikel over dit onderwerp raadplegen.

2. Tussenkomst voor zogenaamde “essentiële schulden”

Het SOFO komt ook tussen wanneer de invordering betrekking heeft op bepaalde zogenaamde “essentiële schulden”.

Het gaat om de schulden bedoeld in artikel 591, 25°, van het Gerechtelijk Wetboek, namelijk energie[3], water en telecommunicatieschulden, medische en paramedische schulden, evenals schulden tegenover onderwijsinstellingen. Deze tussenkomst geldt enkel voor vorderingen die worden ingesteld tegen een natuurlijke persoon die niet handelt in de hoedanigheid van onderneming.

In dat kader komt het SOFO financieel tussen in de kost van de volgende gerechtsdeurwaardersakten:

  • De inleidende akten, typisch de dagvaarding;
  • De gemeengemaakte beslagen;
  • De aanplakking van het bericht van verkoop, namelijk het proces-verbaal van aanplakking;
  • De eventuele betekening van een nieuwe verkoopdag[4].

De bedragen die momenteel ten laste worden genomen, bedragen:

  • 100 € voor de inleidende akten;
  • 50 € voor de gemeengemaakte beslagen;
  • 75 € voor de eerste aanslag van het aanplakbiljet, en vervolgens 25 € vanaf de tweede aanplakking;
  • 25 € voor de betekening van een nieuwe verkoopdag[5].

Er is daarentegen geen specifieke tussenkomst van het SOFO voorzien voor de betekening van de uitvoerbare titel, het bevel tot betalen, de procedure van onroerend beslag of beslag op inkomsten, het proces-verbaal van roerend beslag, het proces-verbaal van weghaling, het proces-verbaal van verkoop of het proces-verbaal van verdeling.

In de praktijk verschijnt de tussenkomst van het SOFO niet in de detailberekening van de akte zelf, maar wel in de afrekening, onder de vermelding “Tussenkomst van het solidariteitsfonds”.

3. Twee specifieke tariefregels voor essentiële schulden, los van de tussenkomst van het SOFO

De regeling die van toepassing is op zogenaamde “essentiële schulden” beperkt zich echter niet tot de financiële tussenkomst van het SOFO.

Wanneer een dossier betrekking heeft op een zogenaamde “essentiële schuld”, zijn er immers nog twee andere regels die de kost van de tussenkomst van de gerechtsdeurwaarder kunnen verminderen: de automatische toepassing van klasse A voor het gegradueerd ereloon en de plafonnering van het invorderingsereloon.

a. Het gegradueerd ereloon: automatische toepassing van klasse A

Het gegradueerd ereloon stemt overeen met de vergoeding van de gerechtsdeurwaarder voor het opstellen en betekenen van bepaalde akten. Het omvat onder meer het origineel exploot, de afschriften die op hetzelfde adres moeten worden betekend, het opladen van de akte in het centraal register van gedematerialiseerde authentieke akten en, in voorkomend geval, de verzending van het origineel of een afschrift aan de schuldeiser of diens raadsman.

In principe varieert het gegradueerd ereloon volgens drie klassen: A, B of C. De toepasselijke klasse hangt onder meer af van het bedrag van de schuldvordering.

Voor schuldvorderingen die onder artikel 591, 25°, van het Gerechtelijk Wetboek vallen, namelijk de zogenaamde “essentiële schulden”, moet het gegradueerd ereloon echter altijd worden berekend volgens klasse A[6], ongeacht het bedrag van de schuld[7].

b. Het invorderingsereloon: specifiek plafond

Het invorderingsereloon vergoedt de tussenkomst van de gerechtsdeurwaarder wanneer de schuldenaar zijn schuld geheel of gedeeltelijk betaalt naar aanleiding van die tussenkomst.

In principe wordt dit ereloon degressief berekend op het totale in te vorderen bedrag. Daarbij wordt onder meer rekening gehouden met de hoofdsom, de interesten, de strafbedingen, de gerechtskosten, de rechtsplegingsvergoeding, de dwangsommen, de administratieve dossierkosten en het veroordelingsrecht.

Voor zogenaamde “essentiële schulden” wordt het invorderingsereloon echter geplafonneerd op 100,00 € (bedrag 2024)[8], [9].

Aangezien het om een plafond gaat, kan het invorderingsereloon uiteraard lager zijn dan dit bedrag.


[1] Artikel 1390octies, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek; Artikel 6, § 2, derde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 1976 tot vaststelling van het tarief voor akten en prestaties van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken.

[2] Artikel 2 van het ministerieel besluit van 30 september 2024 houdende vaststelling van de financiële tussenkomst van het Solidariteitsfonds van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

[3] Let echter op voor energieverbruik zonder contract: in dat geval treedt Sibelga op als distributienetbeheerder en niet als energieleverancier in de zin van artikel 591, 25°, van het Gerechtelijk Wetboek. De specifieke regels die van toepassing zijn op zogenaamde “essentiële schulden” moeten dus niet worden toegepast.

[4] Artikel 6, § 2, vierde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 1976 tot vaststelling van het tarief voor akten verricht door gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken.

[5] Artikel 1 van het ministerieel besluit van 30 september 2024 houdende vaststelling van de financiële tussenkomst van het Solidariteitsfonds van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

[6] Bedrag van het gegradueerd ereloon – Klasse A:

In 2024: 125,00 €
In 2025: 128,85 €
In 2026: 131,56 €

[7] Artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit van 30 november 1976 tot vaststelling van het tarief voor akten verricht door gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken.

[8] Artikel 8, § 4, van het koninklijk besluit van 30 november 1976 tot vaststelling van het tarief voor akten verricht door gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken.

[9] Geplafonneerd bedrag van het invorderingsereloon:

In 2024: 100,00 €
In 2025: 103,08 €
In 2026: 105,25 €