Nieuws Position paper van de organisaties van het maatschappelijk middenveld over het Boek XIX van het Wetboek economish recht

Position paper van de organisaties van het maatschappelijk middenveld over het Boek XIX van het Wetboek economish recht

Publicatiedatum : 07/04/2026

Het Boek XIX van het Wetboek van economisch recht regelt betalingsachterstanden van consumenten en de activiteit van minnelijke invordering. Hieronder volgt het gezamenlijke standpunt van de consumentenorganisaties.

Introductie

Het Boek XIX waarvan de eerste twee titels respectievelijk de betalingsachterstand van consumenten en de (activiteit van) minnelijke invordering behandelen, vormt in de algemene structuur de eerste schakel van een systeem dat de schuldenspiraal moet voorkomen en misbruiken in de schuldindustrie moet tegengaan. Met dit nieuwe Boek XIX wilde de wetgever het beschermingsniveau van de consument die in betalingsachterstand is, verhogen via diverse instrumenten. Het uitgesproken doel was via deze weg de spiraal van overmatige schuldenlast te vermijden die samenhangt met de verhoging van de oorspronkelijke schuld, onder meer door de toepassing van buitensporige schadebedingen, bijkomende kosten en intresten1Kamer van volksvertegenwoordigers, Parlementaire documenten, zitting 2018‑2019, nr. 54‑3132/002, p. 5..

Het federale regeerakkoord 2025‑2029 voorziet verschillende maatregelen die op de politieke agenda zijn geplaatst om de schuldindustrie aan te pakken. Wij verwelkomen het merendeel hiervan, in het bijzonder die welke tot doel hebben de minnelijke invordering van schulden van consumenten te bevorderen door onder meer een evaluatie van Boek XIX voor het einde van het eerste jaar van de legislatuur te voorzien.

Deze position paper wordt onderschreven door de volgende organisaties, die verenigd zijn in de Belgische Vereniging voor Onderzoek en Expertise voor Consumentenorganisaties – BV-OECO :

  • Steunpunt voor de diensten schuldbemiddeling van het BHG
  • Beweging.net
  • SamVZW
  • BAPN (Belgisch Netwerk Armoedebestrijding)
  • Beweging.net
  • ABVV
  • Financité
  • Rwadé
  • Testaankoop
  • Observatoire de crédit et de l’endettement
  • VSZ (Verbraucherschutzzentrale)

Deze positioning paper wil bijdragen aan de evaluatie van Boek XIX die door de FOD Economie in de zomer van 2025 is opgestart en waaraan de ondertekenaars ook al apart hebben kunnen deelnemen; de resultaten worden verwacht in de loop van 2026.

Boek XIX is op 1 september 2023 in werking getreden2Wat de titels 1 en 2 betreft. We hebben nu inzicht in twee jaar toepassing van dit arsenaal. Hoewel de bepalingen van Boek XIX inderdaad beantwoorden aan bepaalde aanbevelingen die al jaren door veldactoren3Zie het gezamenlijke memorandum over de minnelijke invordering van consumentenschulden, van het Steunpunt, het Observatoire du Crédit, SAM, steunpunt Mens en Samenleving en het BAPN van mei 2024, beschikbaar op de website van het Steunpunt. worden gedragen en derhalve met voldoening zijn onthaald4Zie Thibaut, S., Servais, M., “Retard de paiement de recouvrement amiable de dettes… Sur la piste du consommateur en défaut de paiement” in Le recouvrement de dettes : le bon, la brute et le truand ? Les dossiers du Bulletin, Brussel, Anthemis, 2025, p. 38., blijkt uit onze praktijk dat er zwaktes blijven bestaan die nog steeds tot misbruik op het terrein leiden. In deze paper formuleren we concrete aanbevelingen om hieraan tegemoet te komen en/of de bescherming van consumenten verder te versterken.

Een deel van die lacunes en zwaktes betreffen, ondanks 2 jaar toepassing, de interpretatie en toepassing in de praktijk van de nieuwe regelen van boek XIX WER. Daarom stellen we als algemene aanbeveling voorop, rekening houdend met de evaluatie die plaatsvindt, dat de FOD Economie nog meer zou inzetten op sensibiliseren en informatieverstrekking (in het bijzonder ook t.a.v. KMO’s wiens algemene voorwaarden nog vaak onrechtmatige bedingen bevatten die art. XIX.4 miskennen en/of niet wederkerig en duidelijk zijn) alsook dat de Economische Inspectie de controle op de naleving van Boek XIX onder de prioriteiten van haar volgende jaarplan opneemt.

We vestigen hierbij aanvullend de aandacht erop dat de problematiek van de schuldindustrie meerdere dimensies kent die elkaar beïnvloeden en die in hun geheel moeten worden benaderd. De regels van boek XIX over consumentenschulden zijn maar een schakel in dat geheel, die bovendien niet alle situaties van minnelijke invorderingen regelen van onbetaalde schulden: zo komen bij toepassing van titel 1 bijvoorbeeld enkel schulden van consumenten t.a.v. ondernemingen in het vizier. Wil men de totaliteit van de schuldindustrie en het voorkomen van schuldenspiralen aanpakken, moet er met name ook aandacht, apart en in hun onderlinge samenhang, zijn voor:

  • De gerechtelijke invordering (procesrecht en/of de gedwongen tenuitvoerlegging ter invordering van geldsommen via beslag enz. en de tarieven die gerechtsdeurwaarders hierbij moeten hanteren)5Zie wat bepaalde praktijken van gerechtsdeurwaarders en het gewijzigde gerechtsdeurwaarderstarief, dat meer transparantie en kostenbesparing vooropstelde, de artikelen van het Steunpunt over de invordering van consumentenschulden en over het tarief van gerechtsdeurwaarders, en dat van BAPN waaruit blijkt dat die doelstellingen nog niet zijn bereikt.
  • De mogelijkheden voor overheden en sommige overheidsbedrijven om zonder rechterlijke tussenkomst zichzelf een uitvoerbare titel te verschaffen, en zelf of via (openbare) uitbesteding aan een gerechtsdeurwaarder over te gaan tot gedwongen tenuitvoerlegging6Dit gaat onder meer over het aanscherpen van de regels die gelden bij openbare aanbesteding van (minnelijke en/of gerechtelijke) invorderingsactiviteiten door overheden en gesubsidieerde entiteiten (wat ook in het federaal regeerakkoord voorzien is). Dit gaat verder bv. ook over een evaluatie van en eventuele bijsturing van het Wetboek van 13 april 2019 van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, over regels inzake minnelijke schikkingen voor bepaalde strafrechtelijke feiten, over de procedure inzake het opleggen van GAS-boetes, over de regionale wetgeving die lokale overheden toelaat niet betwiste schuldvorderingen en retributies zichzelf een uitvoerbare titel te verschaffen, over de mogelijkheden van de NMBS en regionale vervoersmaatschappijen om boetes voor zwartrijden op te leggen enz.

In dat kader vestigen wij in het bijzonder de aandacht op het voornemen dat in het regeerakkoord is geuit om een IOS‑procedure B2C in te voeren, een aparte buitengerechtelijke procedure voor de inning van niet‑betwiste consumentenschulden7Zie hierover onder meer het gezamenlijk pleidooi hiertegen van verschillende ondertekenaars over deze procedure dat al dateert van 2002.. Hoewel het regeerakkoord hierbij bijzondere waarborgen voorziet voor consumenten (vergeleken met de IOS-procedure B2B tussen ondernemingen), menen wij dat dit principieel af te keuren is; het zou hoe dan ook de overgang van minnelijke invordering naar gerechtelijk invordering vergemakkelijken en versnellen, met hieraan verbonden een kostenoploop en een groter risico op schuldoverlast. Wij vrezen daarnaast dat deze procedure bewust misbruikt zal worden om de bescherming van boek XIX (en VI) te omzeilen. Verscheidene organisaties van het maatschappelijk middenveld hebben daarom hierover een ander position paper opgesteld.

Conclusie

De ondertekenende organisaties ondersteunen de ambitie van Boek XIX.

Er blijft echter werk aan de winkel om de effectiviteit ervan te verbeteren en de beoogde effecten te waarborgen. Er worden ook gerichte aanpassingen voorgesteld om de bescherming van de consument te verhogen en de leesbaarheid van de bepalingen voor alle betrokkenen te verzekeren.

De prioriteiten zijn:

  • De samenloop van Boek XIX met de sectorale en/of regionale normen. Het is belangrijk te preciseren dat Boek XIX en Boek VI algemene regels voor consumentenbescherming bepalen die moeten worden nageleefd in het kader van alle B2C‑relaties (en waar mogelijk ook in de verhouding tussen overheidsschuldeisers en de burger).
  • Het versterken van de minnelijke schuldbemiddelaars en het ondersteunen van de consument via duidelijke informatie en plichten en met name verduidelijkingen over de omvang van de bewijslast en de stukken die door de onderneming of schuldinvorderaar moeten worden overgelegd, en met de erkenning dat het niet‑verstrekken van dergelijke stukken een schorsingsgrond vormt.
  • De bepalingen met betrekking tot de schorsingsgronden uitbreiden tot situaties waarbij minnelijke bemiddeling wordt opgestart;
  • Een betere effectiviteit van het mechanisme bij betwisting wanneer de consument of een minnelijke schuldbemiddelaar namens de consument een betwisting opwerpt (zie eerder over art. XIX.9 WER).

  • 1
    Kamer van volksvertegenwoordigers, Parlementaire documenten, zitting 2018‑2019, nr. 54‑3132/002, p. 5.
  • 2
    Wat de titels 1 en 2 betreft
  • 3
    Zie het gezamenlijke memorandum over de minnelijke invordering van consumentenschulden, van het Steunpunt, het Observatoire du Crédit, SAM, steunpunt Mens en Samenleving en het BAPN van mei 2024, beschikbaar op de website van het Steunpunt.
  • 4
    Zie Thibaut, S., Servais, M., “Retard de paiement de recouvrement amiable de dettes… Sur la piste du consommateur en défaut de paiement” in Le recouvrement de dettes : le bon, la brute et le truand ? Les dossiers du Bulletin, Brussel, Anthemis, 2025, p. 38.
  • 5
    Zie wat bepaalde praktijken van gerechtsdeurwaarders en het gewijzigde gerechtsdeurwaarderstarief, dat meer transparantie en kostenbesparing vooropstelde, de artikelen van het Steunpunt over de invordering van consumentenschulden en over het tarief van gerechtsdeurwaarders, en dat van BAPN waaruit blijkt dat die doelstellingen nog niet zijn bereikt.
  • 6
    Dit gaat onder meer over het aanscherpen van de regels die gelden bij openbare aanbesteding van (minnelijke en/of gerechtelijke) invorderingsactiviteiten door overheden en gesubsidieerde entiteiten (wat ook in het federaal regeerakkoord voorzien is). Dit gaat verder bv. ook over een evaluatie van en eventuele bijsturing van het Wetboek van 13 april 2019 van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, over regels inzake minnelijke schikkingen voor bepaalde strafrechtelijke feiten, over de procedure inzake het opleggen van GAS-boetes, over de regionale wetgeving die lokale overheden toelaat niet betwiste schuldvorderingen en retributies zichzelf een uitvoerbare titel te verschaffen, over de mogelijkheden van de NMBS en regionale vervoersmaatschappijen om boetes voor zwartrijden op te leggen enz.
  • 7
    Zie hierover onder meer het gezamenlijk pleidooi hiertegen van verschillende ondertekenaars over deze procedure dat al dateert van 2002.