Door het Steunpunt SocialEnergie (FdSS), het Steunpunt voor diensten schuldbemiddeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, SAAMO Brussel, ABVV Brussel, ACV, Infor GazElec, Leefmilieu Brussel, Xavier May, onderzoeker aan IGEAT-ULB
Een verkorte versie van deze vrije tribune werd gepubliceerd op de website van de krant Le Soir. Een pdf-versie (in het Frans) kan onderaan de pagina worden gedownload.
Sinds 1 januari is de waterprijs in het Brussels Gewest opnieuw met 12,5% gestegen. Het is de vierde stijging in 5 jaar! Deze laatste verhoging betekent meer dan 41 euro per jaar voor een gemiddeld huishouden van twee personen, met een verbruik van 62 m³ per jaar. Zoals bij elk gemiddelde verbergt dit verschillen. Het verbruik ligt doorgaans hoger in woningen van slechte kwaliteit. De meest kwetsbare huishoudens die in ongezonde woningen leven, zullen dus harder worden getroffen door deze stijging, ook al hebben sommigen, als begunstigden van de verhoogde tegemoetkoming (VT), recht op een sociale tussenkomst gefinancierd door het Brussels Gewest. Waterarmoede, die in Brussel al verontrustend is, dreigt nog toe te nemen. Nochtans zijn er andere beleidsmaatregelen mogelijk om een betere toegang tot water voor alle Brusselaars te garanderen. Het wordt tijd dat de Brusselse regering deze uitvoert.
Precariteit als belangrijkste oorzaak van onbetaalde facturen
Om deze vierde aanzienlijke stijging van de waterprijs[1], te rechtvaardigen, voert de openbare waterleverancier Vivaqua in hoofdzaak het grote aantal onbetaalde facturen aan, en in het bijzonder de oninbare vorderingen, dat wil zeggen facturen die waarschijnlijk nooit betaald zullen worden[2]. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer een onderneming failliet gaat of wanneer een huishouden als insolvabel wordt beschouwd.
Deze insolvabiliteit is onder meer het gevolg van de grote precariteit waarin een groot deel van de Brusselse bevolking leeft. Meer dan een kwart van de bevolking heeft een inkomen onder de armoederisicogrens. Gemiddeld blijft er voor de meest kwetsbaren slechts 9 euro per persoon per dag over na betaling van huur en vaste lasten om te voorzien in andere basisbehoeften zoals voeding, vervoer of gezondheid[3]. In deze omstandigheden is het niet betalen van waterfacturen geen keuze, evenmin als het zich onthouden van eten, zorg of verwarming.
Met deze nieuwe stijging van de waterprijs valt te vrezen dat Vivaqua niet meer facturen zal innen, maar dat zij de betalingsmoeilijkheden zal vergroten van personen die reeds moeite hebben om rond te komen, in een context van massale uitsluitingen uit de werkloosheid en stijgende kosten van andere basisgoederen, zoals gas. Er dient te worden benadrukt dat deze stijging van de waterprijs sinds juni 2025 gepaard gaat met de aanrekening van herinneringskosten voor de maandelijkse facturen die door Vivaqua worden uitgereikt. Niet alleen verhoogt dit nieuwe beleid van Vivaqua onnodig het factuurbedrag, het is ook omstreden op het vlak van de wettelijkheid[4].
De inschakeling van gerechtsdeurwaarders als valse oplossing voor het probleem van onbetaalde facturen
Om een maximum aan schulden te innen, sloot Vivaqua in 2025 een partnership met het gerechtsdeurwaarderskantoor Modero. Naast het feit dat dit geen antwoord biedt op de kern van het probleem, namelijk armoede en de slechte kwaliteit van woningen, is dit partnership met deze onderneming zeer problematisch. Vivaqua heeft er immers voor gekozen om haar invorderingen uit te besteden aan een gerechtsdeurwaarder waarvan de praktijken in de pers aan de kaak zijn gesteld[5]. Dit roept ernstige ethische vragen op wanneer het gaat om het innen van vorderingen die verband houden met een basisgoed zoals water. Daarbovenop komt de terechte bezorgdheid van actoren op het terrein, zoals de OCMW’s, die verrast zijn te vernemen dat Modero beschikt over databanken over de solvabiliteit van personen in een invorderingsprocedure, zonder dat men weet hoe deze databanken zijn samengesteld en welke criteria worden gebruikt om de solvabiliteit te bepalen.
Hoe kan de waterprijs eerlijker worden gemaakt?
Om de stijging van de waterprijs te rechtvaardigen, wijst Vivaqua ook op haar zeer grote financieringsbehoeften om omvangrijke investeringen te doen in het onderhoud van haar rioleringsnet, een post die de financiën van Vivaqua al jarenlang zwaar belast. Deze behoeften zijn inderdaad reëel. Het is echter onterecht om deze investeringen te financieren via de consumenten door de betaling van hun waterfactuur op basis van het principe “de vervuiler betaalt”, zoals gedefinieerd door de Brusselse wetgever in de Ordonnantie van 20 oktober 2006 tot vaststelling van een kader voor het waterbeleid, het “kostendekkend principe”. De toepassing van het kostendekkend principe van water betekent dat elke gebruiker alle kosten moet dragen die voortvloeien uit zijn waterverbruik: consumenten moeten dus de bescherming van waterwinningen, de productie en distributie van drinkwater financieren, maar ook de inzameling en zuivering van afvalwater.
Het principe van de vervuiler betaalt verplicht degene die vervuilt om de directe en indirecte kosten te dragen van de maatregelen ter preventie, vermindering en herstel van de door hem veroorzaakte vervuiling. In theorie wordt de waterprijs in Brussel dus bepaald op basis van deze twee principes. Maar in de praktijk ligt dit anders.
Volgens een zeer voorzichtige schatting zou minstens 20% van de waterprijs niet in de waterfactuur van consumenten moeten worden opgenomen[6]. De helft van het afvalwater bestaat immers uit regenwater en helder parasietwater dat geen verband houdt met het waterverbruik van de Brusselse gebruikers. In toepassing van het kostendekkend principe zou dus een deel van de kosten voor de zuivering van afvalwater uit de factuur van de huishoudens moeten worden gehaald. Ook de strijd tegen overstromingen, de opvang en zuivering van schoon water zouden niet via de betaling van waterfacturen door huishoudens gefinancierd mogen worden.
Hoe kunnen deze investeringen dan worden gefinancierd? Net als Vivaqua pleiten wij voor de toekenning van een jaarlijkse dotatie door het Gewest. Deze dotatie zou dan worden gefinancierd via de inning van een belasting. Als diensten van algemeen belang zouden de activiteiten van Vivaqua immers logisch gedragen moeten worden door de gemeenschap, volgens ieders draagkracht.
Een primaire levensbehoefte en een niet-onderhandelbaar fundamenteel recht
De financiële toestand van het Brussels Gewest mag geen voorwendsel zijn om de consumenten te laten betalen en af te zien van het nemen van gerichte maatregelen voor huishoudens met betalingsmoeilijkheden. Water is immers zowel een basislevensbehoefte, onmisbaar voor gezondheid en waardigheid, als een fundamenteel mensenrecht dat erkend wordt door de Verenigde Naties en de Europese Unie.
In de begrotingsbesprekingen moet het waarborgen van een betere toegang tot water voor alle Brusselaars daarom een prioriteit zijn. Waterarmoede is geen fictie, maar een realiteit voor minstens 100.000 mensen in Brussel[7]. In die zin is het enerzijds noodzakelijk om de factuur voor consumenten te verlichten door een deel van de kosten voor de zuivering van afvalwater te schrappen, en anderzijds een jaarlijkse publieke dotatie toe te kennen aan Vivaqua zodat zij haar essentiële investeringen voor de bevolking prioritair kan uitvoeren en de sociale maatregelen ten gunste van de meest kwetsbaren kan versterken.
Momenteel hebben deze laatsten, indien zij dit aanvragen, recht op een terugbetaling achteraf van ongeveer een derde van de waterfactuur, terwijl in Vlaanderen het watertarief voor deze doelgroep van bij de bron met 80% wordt verlaagd. Naast het Gewest en Vivaqua kunnen ook de gemeenten optreden door toegankelijke waterpunten in de openbare ruimte te voorzien via de gratis terbeschikkingstelling van fonteinen, openbare toiletten en douches, gezien de grote nood aan deze infrastructuur op het Brusselse grondgebied[8].
[1] Ter herinnering: de waterprijs in Brussel is al met 15% gestegen in 2022, met 14,5% in 2023 en met 4% in 2014.
[2] https://bx1.be/categories/news/pourquoi-le-prix-de-leau-a-t-il-augmente-de-125-a-bruxelles-la-ceo-de-vivaqua-fait-le-point/
[3] https://www.vivalis.brussels/sites/default/files/2024-03/Welzijnsbarometer-2023-NL.pdf
[4] Zie https://www.mediationdedettes.be/nl/documentation_utile/afstemming-tussen-het-wetboek-van-economisch-recht-en-specifieke-wetgeving-focus-op-consumentenschulden-voor-water-gas-elektriciteit-en-telecom/
[5] https://www.lesoir.be/625018/article/2024-09-25/recouvrement-de-dettes-letude-dhuissier-modero-visee-par-une-plainte-pour
[6] https://journals.openedition.org/brussels/7065







