Steunpunt voor de Diensten Schuldbemiddeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Info & Tools

Opgelet gevaar !!!!!!!!! HOIST KREDIT AB + DIKAIOMA

In september 2013 hadden we u al gewaarschuwd voor de inningspraktijken van de maatschappij HOIST, die de schulden van CITIBANK heeft overgenomen. Wij vinden dezelfde praktijken nu ook terug in verschillende dossiers van oude schulden van Electrabel !!!

Het kantoor maakt gebruik van de Europese betalingsbevelprocedure voor de inning van de vorderingen van haar opdrachtgever.

Waarover gaat het ?

De Europese betalingsbevelprocedure is sinds 12 december 2008 in heel Europa (met uitzondering van Denemarken) van kracht. Ze werd ingevoerd door Verordening nr. 1896 met als doel de vereenvoudiging, bespoediging en beperking van de inningskosten, in grensoverschrijdende zaken, van niet-betwiste schuldvorderingen.

Deze verordening is rechtstreeks van toepassing in het Belgisch recht.

Hoe verloopt de procedure ?

  • 1. De schuldeiser (eiser) dient door middel van een standaardformulier (formulier A) - zijn verzoek in bij het gerecht waar de consument (verweerder) zijn woonplaats heeft.
    Formulier A

Het gaat om een unilaterale procedure. De schuldeiser hoeft enkel gegevens te verstrekken die voldoende duidelijk maken wat de vordering inhoudt en op welke gronden deze berust. In dat opzicht kan de eiser zich ertoe beperken een beschrijving te geven van de bewijsstukken waarover hij beschikt ter staving van de betrokken schuldvordering. Die bewijsstukken moeten niet bij het verzoek worden gevoegd.

De rechter doet uitspraak over het verzoek van de schuldeiser uitsluitend op basis van het door de schuldeiser ingevulde formulier, dus zonder de verweerder te horen en zonder over te gaan tot een grondig onderzoek van de vordering !

  • 2. Als de rechter gevolg geeft aan het verzoek van de verzoeker, geeft hij een Europees betalingsbevel (formulier E). In principe moet hij dit doen binnen de 30 dagen te tellen vanaf de datum van indiening van het verzoek.
    Formulier E
  • 3. Het aldus gegeven betalingsbevel moet aan de verweerder worden betekend via een gerechtsdeurwaarder die hiertoe door de schuldeiser is gemandateerd.
  • 4. De verweerder (die in deze fase van de procedure nog geen spreekrecht heeft gekregen) beschikt over een termijn van 30 dagen te tellen vanaf de dag volgend op de dag van de betekening van het betalingsbevel om hiertegen een verweerschrift in te dienen bij het gerecht dat het betalingsbevel heeft gegeven. Hij moet hiervoor het formulier F gebruiken, dat hem samen met het betalingsbevel wordt toegezonden.
    Formulier F

Dat formulier moet ofwel rechtstreeks worden neergelegd bij de griffie van de rechtbank, ofwel per aangetekend schrijven worden verzonden. De verweerder hoeft zijn verweer niet te motiveren.

Indien hij verweer aantekent tegen het betalingsbevel, wordt de procedure voortgezet voor het aangezochte gerecht volgens het gewone burgerlijk procesrecht (tegensprekelijke debatten). Naar aanleiding van het verweerschrift kan de verzoeker echter verzoeken om de procedure te staken (bijvoorbeeld omdat hij geen kosten wil maken die niet in verhouding staan met het bedrag van de schuldvordering).

Waarom doen DIKAIOMA en Hoist een beroep op deze procedure ?

HOIST verkiest deze procedure boven een klassiek proces omdat de Europese procedure de schuldeiser in aanzienlijke mate bevoordeelt. Deze laatste kan immers eenzijdig een betalingsbevel bekomen, zonder dat de verweerder zelfs maar op de hoogte wordt gebracht van de procedure. De volledige verantwoordelijkheid wordt bij de schuldenaar gelegd, die, indien hij niet reageert door een verweerschrift in te dienen, geen andere optie meer heeft dan de bedragen te betalen waartoe hij veroordeeld is.

Bovendien biedt de Europese betalingsbevelprocedure aan de schuldeiser de mogelijkheid om de procedure kosteloos te staken indien de verweerder verzet aantekent tegen het betalingsbevel.

Deze mogelijkheid is een groot voordeel voor de schuldeiser aangezien hij hierdoor kan beslissen om geen verdere kosten te maken, terwijl de schuldenaar, van zijn kant, niet de mogelijkheid heeft om zich kosteloos te verdedigen. Indien hij een verweerschrift indient, weet hij dat er bijkomende kosten zullen moeten gemaakt worden, wat hem ervan kan doen afzien om te reageren.

Wanneer kan deze procedure worden toegepast ?

De procedure die door deze verordening wordt ingevoerd, kan worden toegepast in burgerlijke en handelszaken, en dit voor niet-betwiste schuldvorderingen. De schuldeiser kan er geen beroep op doen (1) voor fiscale zaken, sociale zekerheid en bestuursrechtelijke zaken, (2) voor goederenrechtelijke gevolgen van huwelijken en soortgelijke relaties, testamenten, erfenissen, faillissementen en faillissementsakkoorden, (3) voor vorderingen uit niet-contractuele verbintenissen.

Bovendien mag deze procedure enkel worden toegepast in grensoverschrijdende zaken, dat wil zeggen "een zaak waarin ten minste een van de partijen haar woonplaats of haar gewone verblijfplaats heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat van het aangezochte gerecht".

Gaat het echt om een grensoverschrijdend geschil ?

HOIST KREDIT AB is een handelsvennootschap naar Zweeds recht, gespecialiseerd in de overname van schuldvorderingen. Zij heeft onder meer de schuldvorderingen overgenomen van CITIBANK (nu BEOBANK). De maatschappelijke zetel van HOIST is gevestigd in Zweden en de onderneming heeft 9 kantoren in verschillende Europese landen, waaronder België en Frankrijk.

Aangezien haar hoofdzetel in Zweden gevestigd is en aangezien de in gebreke blijvende schuldenaars voor het merendeel in België gedomicilieerd zijn, meent Hoist dat ze zonder probleem een beroep kunnen doen op de Europese betalingsbevelprocedure. Haar "woonplaats" is immers gevestigd in een andere Europese staat dan de lidstaat van het aangezochte gerecht (België).

Maar alhoewel de moedermaatschappij wel degelijk in Zweden gelegen is, moet men toch ook opmerken dat Hoist een dochteronderneming in België heeft op de Marcel Thirylaan 79 in 1200 Sint-Lambrechts-Woluwe met als ondernemingsnummer: 882. 829.365.

De woonplaats wordt bepaald op basis van het begrip woonplaats zoals dit gedefinieerd is in de verordening betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (de zogenaamde "Brussel I Verordening" - Verordening 44/2001 gewijzigd door Verordening 2245/2004) die bepaalt dat de woonplaats wordt vastgesteld aan de hand van de wetgeving van de lidstaat van de aangezochte rechtbank.

Echter, volgens ons Wetboek van internationaal privaatrecht (artikel 4 van de wet van 16 juli 2004), wordt onder woonplaats van rechtspersonen of vennootschappen verstaan, de plaats waar de rechtspersoon zijn statutaire zetel heeft, zijn centrale administratie voert of zijn voornaamste vestiging heeft. De voornaamste vestiging van een rechtspersoon wordt bepaald door in het bijzonder rekening te houden met zijn bestuurscentrum, evenals met zijn zaken- of activiteitencentrum en, in bijkomende orde met zijn statutaire zetel.

Volgens de parlementaire stukken "volstaat het niet dat het bestuur wordt uitgeoefend vanuit een moedervennootschap die in het buitenland is gevestigd, om uit te sluiten dat de werkelijke zetel in België is gevestigd wanneer het zakencentrum alsook de statutaire zetel van de dochteronderneming er zijn gevestigd" .
De "werkelijke zetel" van de vennootschap is dus doorslaggevend, zijnde de zetel van waaruit zij daadwerkelijk wordt beheerd en bestuurd.

Voor de bevoegde rechter ? Niet echt !

Nog een obstakel op het pad van de Brusselse consument die beroep zou wensen aan te tekenen: voor de dossiers die ons werden voorgelegd betreffende de oude vorderingen van Citibank, werd de procedure door Hoist ingeleid voor de vrederechter van WAREGEM!
Voor de dossiers van Electrabel werd een zaak voor de vrederechter van Anderlecht gebracht, terwijl de schuldenaar zijn woonplaats had in Sint-Gillis !

Dit is volledig in strijd met de dwingende bepalingen inzake consumentenkrediet en inzake energie, die een exclusieve bevoegdheid toekennen aan de vrederechter van de woonplaats van de verweerder.

Aan aanvaardbaar tarief ? Niet helemaal !

Krachtens de Europese verordening, zou deze procedure voor de schuldenaar in principe goedkoper moeten uitkomen dan een klassieke procedure.
"De totale gerechtskosten van de Europese betalingsbevelprocedure en van de gewone civielrechtelijke procedure die volgt op de indiening van een verweerschrift tegen het Europees betalingsbevel in een lidstaat, mogen niet hoger zijn dan de gerechtskosten van een gewone civielrechtelijke procedure waaraan in die lidstaat geen Europese betalingsbevelprocedure is voorafgegaan."

Dat is logisch aangezien de "zaak" wordt ingeleid aan de hand van een eenvoudig formulier dat ter griffie wordt neergelegd. De schuldeiser hoeft dus geen kosten voor te schieten in verband met de dagvaarding (en haar betekening).

In de praktijk stellen we echter vast, in de dossiers die aan het Steunpunt werden overgemaakt, dat de gerechtsdeurwaarder bijna 250€ aan kosten aanrekent enkel en alleen voor de indiening van het verzoek. We herinneren er echter aan dat het niet om een verzoekschrift gaat, maar om een eenvoudig typeformulier dat moet worden ingevuld en naar de griffie gestuurd. Dat formulier hoeft zelfs niet te worden betekend aan de verweerder.

Hoe kan een dergelijk bedrag dan gerechtvaardigd worden? Gevraagd om uit te leggen op welke wettelijke basis dergelijke kosten worden aangerekend, gaf de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders dit antwoord: "De gerechtsdeurwaarder mag geen dagvaardingskosten in rekening brengen voor de ondertekening van het verzoek om een Europees betalingsbevel; de gerechtsdeurwaarder die dit wel doet overtreedt artikel 25 van Verordening 1896/2006 die matige kosten voorschrijft".

In een van de dossiers betreffende Electrabel, stellen we vast dat de deurwaarder de beslissing vervolgens laat betekenen en hiervoor bijkomende kosten aanrekent (meer dan 160 euro), die compleet nutteloos zijn aangezien de beslissing reeds werd betekend met ontvangstbewijs, wat volstond om de verweerder te beschermen in de zin van artikels 13-14-15 van de EG-verordening.

In naleving van de gas- en elektriciteirsordonnanties? Dat valt te bezien …

We herinneren eraan dat wanneer een vennootschap een vordering "overkoopt", er een overdracht van de vordering plaatsvindt.

De basisregels van het burgerlijk wetboek zijn in dat geval van toepassing. De vennootschap wordt dan in de plaats gesteld van de rechten van de oorspronkelijke schuldeiser. Zij kan dan ook niet meer of niet minder bekomen dan de leverancier.

De juridische situatie van de schuldenaar kan in geen geval worden verzwaard door deze indeplaatsstelling. "De overdracht van schuldvordering kan de schuldenaar niet benadelen noch zijn situatie verzwaren aangezien hij vreemd is aan de verrichting".

De schuldenaar kan dus met name de verjaring inroepen (controleer dit zeker: nogal wat door Hoist overgenomen schuldvorderingen zijn verjaard) of nog het feit dat hij betalingen zou hebben verricht aan de leverancier voordat hij op de hoogte werd gebracht van de overdracht (of elke andere uitzondering die aan de leverancier tegenwerpbaar was).

Verder moeten ook de gas- en elektriciteirsordonnanties nageleefd worden.

Tot Slot

U begrijpt dus dat wij ZEER ernstige twijfels hebben over de wettelijkheid van deze praktijken. Zee ook hier

JP Antwerpen - Hoist

Wat kunt u doen ?

Wees uiterst waakzaam indien een van uw cliënten geconfronteerd wordt met een exploot van betekening uitgaande van het kantoor DIKAIOMA. Het gaat dan wellicht om de betekening van een Europees betalingsbevel.

Indien de schuldvordering betwist wordt, moet u binnen de dertig dagen na ontvangst van de betekening reageren door het formulier F te gebruiken en dit per aangetekend schrijven te verzenden naar het gerecht dat het bevel heeft gegeven. U hoeft het verweerschrift niet te motiveren.
De kosten van rolstelling zullen daarentegen wel moeten betaald worden. Aarzel niet om bovenstaande juridische argumenten te gebruiken.

Als uw cliënt de schuldvordering niet betwist, zal een verweerschrift enkel aanleiding geven tot onnodige bijkomende kosten… behalve uiteraard indien de rechter aanvaardt om de onterecht gevorderde dagvaardingskosten te verminderen!

U kunt de in rekening gebrachte kosten in ieder geval betwisten en een klacht indienen bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders. De deurwaarder is geen blinde uitvoerder van zijn mandaat!

Stuur ons een kopie van uw dossiers zodat we de klachten kunnen bundelen en de zaak in beweging kunnen brengen !

Agenda

  • Event Steunpunt
  • Event partner
  • Opleiding

Nieuwsbrief