Steunpunt voor de Diensten Schuldbemiddeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Info & Tools

Nieuw verzoekschrift tot collectieve schuldenregeling (juni 2019)

U vindt de nieuwe versie van het verzoekschrift tot CSR van de Franstalige Arbeidsrechtbank van Brussel op onderstaande link.

De wijzigingen hebben voornamelijk betrekking op de volgende punten:
Pagina 1

(1) Oefent u of hebt u een beroepsactiviteit uitgeoefend op zelfstandige basis (in hoofdberoep of in bijberoep; hierbij inbegrepen als zaakvoerder of bestuurder van een vennootschap, als werkende vennoot, medewerkende echtgeno(o)t(e), beoefenaar van een vrij beroep, ondernemer, ambachtsman, enz.): JA/NEE*

- Indien JA:

  • nummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen:
  • in geval van beëindiging van deze activiteit:
    *de datum van beëindiging van deze activiteit;
    * de datum van schrapping uit de Kruispuntbank van Ondernemingen;

Deze wijziging volgt op de inwerkingtreding van Boek XX van het Wetboek van Economisch Recht [1], dat reeds uitvoerig werd besproken (zie onze nieuwsbrief van juni 2018).

Het begrip "handelaar" is verdwenen ten gunste van het veel ruimere begrip «onderneming». De definitie van een onderneming omvat voortaan “iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent”.

Wie een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent (ongeacht of hij handelaar is of niet) heeft voortaan dus geen toegang meer tot de collectieve schuldenregeling. Hij of zij kan daarentegen wel failliet verklaard worden, of het voorwerp uitmaken van een procedure van gerechtelijke reorganisatie.

Voor zaakvoerders die hun mandaat als zelfstandige uitoefenen, blijft er evenwel nog enige twijfel bestaan.

Sommige ondernemingsrechtbanken weigeren de zaakvoerder te beschouwen als een onderneming in de zin van Boek XX van het Wetboek van Economisch Recht en weigeren hem bijgevolg de toegang tot het faillissement of de procedure van gerechtelijke reorganisatie [2] .

En wanneer deze zaakvoerder zich tot de arbeidsrechtbanken wendt, zullen deze laatste geneigd zijn hem te kwalificeren als een onderneming in de zin van Boek XX en hem bijgevolg de toegang tot de collectieve schuldenregeling ontzeggen.

In Brussel is er inzake deze materie nog maar weinig rechtspraak beschikbaar [3] , maar de arbeidsrechtbanken en de ondernemingsrechtbanken lijken hier op dezelfde golflengte te zitten. Aansluitend bij de voorbereidende werkzaamheden voor de wet tot invoeging van Boek XX in het Wetboek van Economisch Recht, zijn zij van oordeel dat de zaakvoerder een onderneming is in de zin van Boek XX van het WER indien zijn mandaat wordt vergoed en op zelfstandige basis wordt uitgevoerd.

(2) Bent u eerder reeds toegelaten tot de collectieve schuldenregeling? JA/NEE*
Indien JA:

  • datum van de beschikking van toelaatbaarheid:
  • Arbeidsrechtbank voor Dewelke de procedure werd gevoerd:
  • datum van het einde van de procedure:
  • oorzaak van de sluiting: einde afbetalingsplan/intrekking/verwerping/afwijzing/andere (afstand,…):
Pagina 21 : Tabel B1 (lijst van de schuldeisers )

Voortaan moet het rijksregisternummer van de schuldeisers natuurlijke personen en het KBO-nummer van de schuldeisers rechtspersonen vermeld worden.

De vermelding van het KBO-nummer van de rechtspersonen zal in principe geen problemen opleveren aangezien deze informatie openbaar is (zie de website van de Kruispuntbank van Ondernemingen: : , de vermelding van het rijksregisternummer van schuldeisers die natuurlijke personen zijn, daarentegen, kan in de praktijk voor nogal wat problemen zorgen.

Niet alle erkende diensten schuldbemiddeling die helpen bij de indiening van het verzoekschrift hebben immers toegang tot de gegevens van het rijksregister. Als de schuldeiser weigert hen deze informatie te verstrekken, hebben zij geen andere keuze dan te "betalen" voor de diensten van een advocaat of gerechtsdeurwaarder om de gewenste informatie te verkrijgen, ofwel aan de aanvrager zelf te vragen om deze informatie te bekomen, tegen bijkomende kosten voor deze laatste.

Om een opzoeking te verrichten in het rijksregister, met een minimum aan zekerheid over het resultaat, moet bovendien de geboortedatum van de opgezochte persoon worden ingevoerd. Het is onwaarschijnlijk dat alle aanvragers over deze informatie zullen beschikken.

Er zijn dus praktische problemen te verwachten wanneer de schuldeiser(s) natuurlijke perso(o)n(en) die informatie niet uit eigen wil verstrekt (verstrekken), maar wij hopen dat de griffie zich flexibel zal opstellen en dat verzoekschriften die worden ingediend zonder vermelding van het rijksregisternummer van de schuldeiser, toch zullen worden aanvaard.

Dit zou des te meer het geval moeten zijn omdat, voor zover ons bekend, de wet niet vereist dat het rijksregisternummer van de schuldeiser(s) wordt vermeld. Weliswaar vereist de wet van 14 oktober 2018 tot wijziging van het wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen, voortaan dat het rijksregisternummer van de aanvrager(s) wordt vermeld, maar deze verplichting geldt niet voor de schuldeisers.

Requête RCD 06-2019

[1Wet van 11 augustus 2017 houdende invoeging van het Boek XX "Insolventie van ondernemingen", in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan Boek XX en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek XX in het Boek I van het Wetboek van economisch recht BS, 11/09/2017, p.83.100.

[2Ondernemingsrechtbank van Waals Brabant van 8/10/2018 (RG/0/00084), onuitgegeven; Ondernemingsrechtbank van Henegouwen (afdeling Doornik) van 6 december 2018, RG 0/18/00108, onuitgegeven; contra Handelsrechtbank van Luik (afdeling Luik) van 11/06/2018 (RG 0/18/00042), onuitgegeven; Ondernemingsrechtbank van Luik (afdeling Luik) van 6/12/2018 (RG 0/18/00031), onuitgegeven.

[3Hof van Beroep Brussel, 21 december 2018, AR 2018/QR/43, onuitgegeven; Arbh. Brussel, 9 oktober 2018, AR 18/193/B, onuitgegeven.

Agenda

  • Event Steunpunt
  • Event partner
  • Opleiding

Nieuwsbrief